Dit blog is de eerste in een reeks van drie met betrekking tot een drietal Europese procedures voor het incasseren van vorderingen op buitenlandse (rechts)personen. Deze drie middelen zijn ingevoerd om beslaglegging en de inning van vorderingen in het buitenland te vergemakkelijken. Centraal in dit blog staat het Europees bankbeslag.

Verordening (EU) Nr. 665/2014 (hierna: “Verordening”) bevat een regeling voor het leggen van conservatoir beslag op bankrekeningen in het geval dat de schuldenaar in een ander EU-land woont/haar vestiging heeft (de Verordening is niet van toepassing op Denemarken). De relevante formele aspecten van deze procedure zullen als eerste worden besproken.

Procedure voor verzoek tot beslagbevel

De procedure voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir bankbeslag wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Verordening. Deze procedure vangt aan met het indienen van een standaardformulier (het zogenaamde verzoek tot beslagbevel), gericht aan de rechtbank die bevoegd is om zich te buigen over het bodemgeschil of reeds uitspraak gedaan heeft (art. 6 jo. 9 Verordening). Dit formulier moet aan een aantal vereisten voldoen. Zo moeten er bewijsstukken worden meegestuurd en dient het formulier de bankgegevens van de schuldenaar bevatten.

Het verzoek tot beslagbevel kan vóór of tijdens elke fase van een door hem in een lidstaat tegen de schuldenaar ingestelde procedure betreffende het bodemgeschil (art. 5 Verordening). Het verdient echter opmerking dat indien de schuldeiser zijn verzoek indient vóór hij een procedure aanhangig maakt, hij verplicht is dit alsnog te doen binnen een termijn van 30 op straffe van verval van het beslagbevel (art. 10 Verordening). Voorts is de schuldeiser verplicht tot het stellen van zekerheid ten belope van een bedrag dat volstaat om misbruik te voorkomen van de procedure waarin deze Verordening voorziet (art. 12 Verordening). De zekerheid dient er toe een bedrag te reserveren dat aangesproken kan worden als de getroffen partij schadevergoeding vordert wegens het onterecht leggen van het beslag. De Verordening schrijft niet voor hoe hoog dit bedrag moet zijn. Een schuldenaar krijgt op deze manier de mogelijkheid eventuele schade die hij lijdt als gevolg van een onterecht gelegd conservatoir beslag vergoed te krijgen.  

Als de schuldeiser voldoende bewijs heeft verstrekt om de rechter te overtuigen dat er een dringende behoefte bestaat aan het leggen van conservatoir bankbeslag, dan zal de rechter van de lidstaat waar het geschil aanhangig is het bankbeslag uitvaardigen. Er moet dan wel een reëel risico bestaan dat zonder dit beslagbevel de inning van de vordering onmogelijk wordt gemaakt of bemoeilijkt. De beslissing wordt vervolgens rechtstreeks aan de schuldeiser toegezonden.

Verzoek om rekeninginformatie

Art. 14 Verordening bepaalt dat de schuldeiser een verzoek om rekeninginformatie van de schuldenaar kan indienen als hij een executoriale titel heeft (dat wil zeggen een rechterlijk vonnis dat direct ten uitvoer kan worden gelegd). Een dergelijk verzoek kan in uitzonderlijke gevallen ook vóór verkrijging van de executoriale titel, namelijk wanneer hij voldoende bewijs heeft geleverd waaruit blijkt dat de rekeninginformatie dringend moet worden verstrekt omdat latere inning anders in gevaar dreigt te komen en de financiële positie van de schuldeiser aanzienlijk zou kunnen verslechteren.

Verweermiddelen schuldenaar

Hoofstuk 4 van de Verordening voorziet in rechtsmiddelen die de schuldenaar kan aanwenden tegen het beslagbevel. Het bevel kan worden ingetrokken of gewijzigd indien als sprake is van een van de gronden die staan genoemd in art. 33 Verordening, bijvoorbeeld als niet aan de gestelde voorwaarden of vereisten is voldaan. Ook veranderde omstandigheden kunnen meebrengen dat de schuldenaar het beslagbevel kan laten intrekken of wijzigen (art. 35 Verordening). Op grond van art. 6 lid 2 Uitvoeringswet Verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen is in Nederland de voorzieningenrechter aangewezen als de rechter die kennisneemt van de hier bedoelde rechtsmiddelen. De procedure verloopt als een opheffingskortgeding in de zin van art. 705 Rv, maar art. 36 Verordening bevat een paar afwijkende regels. Zo moet de procedure worden ingesteld met een behulp van een daarvoor bestemd formulier. De rechter geeft zijn beslissing uiterlijk 21 dagen nadat hij alle daartoe benodigde informatie heeft ontvangen.

Welke vorderingen vallen niet onder het bereik van de Verordening?

Het Europees bankbeslag kan enkel en alleen worden gelegd ter verkrijging van geldvorderingen in burgerlijke en handelszaken in grensoverschrijdend verband. De Verordening heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken of bestuursrechtelijke zaken (art. 2 en 3 Verordening).

Conclusie

Het Europees bankbeslag is dus een handig middel om relatief eenvoudig beslag te leggen op een buitenlandse bankrekening. Denk bij het indienen van een dergelijk verzoek aan de voorwaarden en vereisten die in de Verordening staan genoemd. Tevens staan de schuldenaar een aantal rechtsmiddelen open waarmee hij zich kan verweren tegen een aan hem gericht beslagbevel.

Advies nodig?

Heeft u vragen over het indienen van een verzoek tot bankbeslag of over Europeesrechtelijke onderwerpen in het algemeen? Neem gerust contact op met een van onze advocaten.

 

Dit blogbericht is geplaatst op 7 januari 2022