In civiele procedures komt regelmatig de vraag aan de orde wat voor soort overeenkomst partijen hebben gesloten. Dat is een vraag naar de kwalificatie van het contract. Is de titel van het contract bepalend voor de vraag om wat voor soort overeenkomst het gaat? En kunnen partijen de toepasselijkheid van dwingende wetsbepalingen omzeilen door op papier de schijn te wekken dat hun contractuele relatie niet aan een wettelijke omschrijving voldoet? 

In een recente uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:2034) besteedde de hoogste rechter in Nederland aandacht aan de kwalificatie van een overeenkomst.

Feiten

Meneer Merrie houdt een paardenfokkerij. Meneer de Boer is eigenaar van een aantal percelen agrarische grond. In 2008 spreken Merrie en De Boer mondeling af dat De Boer enkele percelen als weiland ter beschikking stelt aan Merrie tegen een jaarlijks verschuldigde vergoeding. Merrie zaait daartoe het weiland in met (gras)zaad zodat daarop paarden kunnen grazen.

Eind 2014 ondertekenen meneer Merrie en De Boer een schriftelijke overeenkomst die De Boer "overeenkomst van uitscharing" noemt. De term "uit- en inscharing" heeft geen wettelijke betekenis. Inscharen is het laten grazen van dieren van een ander op eigen grond. Het spiegelbeeld daarvan is uitscharen: het laten weiden van eigen dieren op andermans grond. Vlak na het ondertekenen van de overeenkomst van uitscharing sommeert De Boer Merrie om de paarden van De Boer's percelen te verwijderen.

Merrie stelt zich op het standpunt dat er sprake is van pacht die voor onbepaalde tijd geldt (artikel 7:322 BW). De Boer vindt dat partijen een overeenkomst van inscharing hebben gesloten die inmiddels is beëindigd. De heer Merrie weigert echter het weiland te ontruimen.

In de daaropvolgende procedures komt uiteindelijk de hoogste rechter in Nederland tot de volgende overwegingen.

Kwalificatie overeenkomst

Voordat de rechter naar de kwalificatie van de overeenkomst kijkt dient eerst de inhoud van de overeenkomst te worden vastgesteld. De vaststelling van de inhoud van de overeenkomst - dat wil zeggen van de wederzijdse rechten en verplichtingen - vindt plaats aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf: bij de uitleg van het contract moet niet enkel gekeken worden naar de taalkundige betekenis van de tekst, maar ook naar wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden (de "partijbedoeling").

Nadat de inhoud van de overeenkomst is vastgesteld volgt de kwalificatie van de overeenkomst. In de zaak van meneer Merrie en De Boer betekent dit dat moet worden nagegaan of hun overeenkomst de kenmerken heeft van pacht (artikel 7:311 BW). Als de wederzijds afgesproken rechten en plichten overeenkomen met de definitie van pacht is er sprake van een pachtovereenkomst en is de wettelijke regeling van pacht van toepassing.

Het doet er niet toe of partijen de bedoeling hebben om de overeenkomst onder de regeling van de pacht te laten vallen. Volgens het advies van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad kan zelfs sprake zijn van pacht als de bedoeling van partijen gericht is op het vermijden van die kwalificatie. 

Eerder had het gerechtshof in Den Bosch ten onrechte de partijbedoeling betrokken bij de kwalificatie van de overeenkomst. De wet schrijft namelijk voor dat een pachtovereenkomst schriftelijk wordt aangegaan (artikel 7:317 BW). Nu de afspraken die meneer Merrie en De Boer in 2008 hadden gemaakt niet op papier waren gezet zag het hof daarin een aanwijzing dat partijen niet beoogd hadden een pachtovereenkomst te sluiten. Daarmee had het hof miskend dat voor de kwalificatie van een overeenkomst de partijbedoeling irrelevant is.

De beslissing van de Hoge Raad is goed te volgen. Bij bijzondere overeenkomsten zoals pacht is het niet de bedoeling dat de dwingendrechtelijke bescherming van één van de partijen eenvoudig kan worden ontweken door de overeenkomst een andere titel te geven, deze niet op schrift te stellen en niet te voldoen aan de bijbehorende wettelijke voorschriften. 

Advies nodig?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Of heeft u advies nodig? Neem gerust contact op met Nicole van der Maas

 

Dit blogbericht is geplaatst op 12 februari 2020