Stel u heeft een vordering op een wederpartij en die wederpartij gaat plotsklaps failliet. U dient uw vordering op uw wederpartij bij de curator in, maar vraagt zich dan af hoe sterk u eigenlijk staat. Om die vraag te beantwoorden is de rangorde in faillissement van belang. Niet iedere schuldeiser die een vordering heeft op de failliete schuldenaar staat immers even sterk.

Aan de hand van dit blog zal ik u proberen wegwijs te maken in de wereld van de rangorde in faillissement.

Paritas creditorum

Uitgangspunt is het zogenaamde in de wet verankerde “paritas creditorum”. Dit houdt in dat in beginsel alle schuldeisers gelijke rechten hebben om uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering. Dit echter behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.

Voorrang

Voorrang vloeit op basis van artikel 3:278 lid 1 BW voort uit pand, hypotheek, bijzondere of algemene voorrechten of uit andere in de wet aangegeven gronden. Voorrechten vloeien slechts voort uit de formele wet en dus niet uit lagere wetgeving of uit een overeenkomst. Een voorbeeld van een voorrecht betreft het retentierecht zoals verankerd in de wet (3:290 BW). Pand en hypotheek gaan in beginsel altijd boven een voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt.

Tussen partijen overeengekomen voorrang?

Een schuldeiser kan niet met zijn schuldenaar afspraken dat zijn vordering met voorrang boven andere schuldeisers wordt voldaan. Wel kan er worden afgesproken tussen schuldeiser en schuldenaar dat de vordering van de schuldeiser wordt achtergesteld.

Welke schuldeiser gaat in een faillissementssituatie voor?

Om op de bovenstaande vraag antwoord te geven is het van belang om een onderscheid te maken in een aantal categorieën schuldeisers.

A. Separatisten

Separatisten zijn schuldeisers met een zakelijk zekerheidsrecht zoals een pandrecht of hypotheekrecht. In beginsel kunnen deze schuldeisers hun rechten uitoefenen alsof er geen faillissement is. Door een separatist dient echter wel rekening te worden gehouden met een bijzonder voorrecht van de fiscus in het kader van bodemzaken. Dit op basis van de Invorderingswet bestaande bijzondere voorrecht kan immers met zich mee brengen dat het voorrecht van de fiscus voorgaat op het recht van een stil pandhouder.

B. Preferente schuldeisers

Preferente schuldeisers hebben een vordering met een wettelijk voorrecht. Voorbeelden van preferente schuldeisers zijn de Belastingdienst, het UWV en de werknemer die een loonvordering heeft die dateert van voor het uitspreken van het faillissement. Ook een schuldeiser met een retentierecht heeft een voorrecht en wordt derhalve gezien als preferente schuldeiser.

Onder deze categorie kunnen ook de zogenaamde ‘feitelijk preferente schuldeisers’ worden genoemd. Hieronder vallen schuldeisers met een recht van reclame, een verrekeningsrecht en schuldeisers die zich op een eigendomsvoorbehoud kunnen beroepen.

De vorderingen van deze categorie schuldeisers gaan vóór de vorderingen van de hierna te noemen categorie “concurrente schuldeisers”.

C. Concurrente schuldeisers

In een faillissement is een concurrente schuldeiser altijd als laatste aan de beurt. Een concurrente schuldeiser krijgt dan ook vaak maximaal slechts een klein gedeelte van zijn/haar vordering uitgekeerd. Deze schuldeisers hebben immers geen enkel voorrecht en staan onderaan in de rangorde. Zij hebben daardoor in een faillissementssituatie een zwakke positie. Indien en voorzover er al voldoende middelen in de failliete boedel aanwezig zijn om aan de concurrente schuldeisers uit te keren, worden de vorderingen van deze schuldeisers telkens in verhouding tot de omvang van hun vordering voldaan.

D. Boedelschuldeisers

Anders dan de hierboven genoemde vorderingen die allemaal voor datum faillissement zijn ontstaan, kunnen ook vorderingen die zijn ontstaan ná datum faillissement voor uitkering in aanmerking komen. Een schuldeiser kan immers ook een zogenaamde ‘boedelvordering’ hebben. Een boedelvordering is kortgezegd een vordering die is ontstaan na de faillietverklaring door toedoen van de curator althans een vordering die door de wet als boedelvordering wordt aangemerkt. Gedacht kan worden aan verbintenissen die de curator aangaat voor het beheer en de vereffening van de boedel. Hieronder valt onder meer het salaris van de curator en de te betalen huur na faillietverklaring. Schuldeisers die een boedelvordering hebben, hoeven die vordering niet bij de curator in te dienen. Indien er voldoende middelen in de boedel aanwezig zijn, worden die vorderingen immers onmiddellijk uit de boedel voldaan. Deze vorderingen gaan dus vóór op de preferente en concurrente vorderingen en worden dus, wanneer er voldoende actief in het faillissement is, het eerst voldaan.

Advies nodig?

Wilt u graag weten hoe sterk u als schuldeiser staat? Of wenst u te bezien op welke wijze u uw positie als schuldeiser kunt versterken om te voorkomen dat u in een faillissementssituatie achter het net vist? Neem dan contact op met Wolfs Advocaten. Wij zijn u graag van dienst!