Een bijzondere (dubbele) rechtspositie

De statutair bestuurder bekleedt een bijzondere positie binnen de vennootschap. Aan de ene kant maakt de bestuurder deel uit van het bestuursorgaan van de vennootschap, in welke hoedanigheid hij leiding geeft aan de vennootschap. Aan de andere kant verricht de bestuurder zijn werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst, in welke hoedanigheid hij handelt in dienst van de vennootschap. Er bestaat derhalve een zogenaamde ‘dubbele rechtsbetrekking’ tussen de vennootschap en de bestuurder.

Ontslag van de statutair bestuurder

Wanneer een vennootschap over wil gaan tot het ontslag van een ‘reguliere’ werknemer, dan kan dat in beginsel (situaties waarin het geven van een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is daargelaten) niet eenzijdig. Aan de hand van de reden die de vennootschap aan het ontslag ten grondslag wil/kan leggen, is zij gehouden om een bepaalde voorgeschreven ontslagroute te volgen. Dit is echter anders indien er sprake is van een werknemer die tevens kwalificeert als statutair bestuurder. Reeds in de ’15 april-arresten’ van 2005 heeft de Hoge Raad de navolgende hoofdregel voor het ontslag van de statutair bestuurder geformuleerd: vennootschapsrechtelijk ontslag van de bestuurder = arbeidsrechtelijk ontslag van de bestuurder. Op grond van deze jurisprudentie is het de vennootschap wel toegestaan om de rechtsbetrekking eenzijdig en zonder tussenkomst van het UWV of de kantonrechter te beëindigen. Hoe werkt dit dan praktisch gezien?

In de praktijk

Het orgaan dat bevoegd is om de bestuurder (vanuit vennootschapsrechtelijk perspectief) te benoemen (in beginsel zal dit de algemene vergadering van aandeelhouders zijn), kan ook het besluit nemen om de bestuurder weer te ontslaan. Het betrachten van zorgvuldigheid is bij het nemen van een ontslagbesluit van groot belang: de formaliteiten omtrent de inhoud en de termijn van oproeping van de algemene vergadering dienen in acht te worden genomen. Daarnaast moet de bestuurder in de gelegenheid worden gesteld om zijn ‘raadgevende stem’ en zijn recht om te worden gehoord uit te oefenen. Zodra het ontslagbesluit is genomen, heeft het direct externe werking én brengt het vennootschapsrechtelijk ontslag op basis van de door de hoofdregel geformuleerde Hoge Raad automatisch het arbeidsrechtelijk ontslag met zich. Let op: deze hoofdregel geldt niet indien er een opzegverbod van toepassing is of als partijen iets anders zijn overeengekomen.

De hamvraag: wanneer statutair bestuurder?

In het kader van een naderend ontslag van een bestuurder, is – om te bepalen welk ontslagtraject doorlopen zal moeten worden – derhalve de hamvraag: wanneer kwalificeert een werknemer als statutair bestuurder? Het antwoord op deze vraag is redelijk simpel: de statutair bestuurder moet als zodanig zijn benoemd, hetzij bij oprichting, hetzij door een later benoemingsbesluit dat in beginsel dient te worden genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders én de benoeming moet door de statutair bestuurder zijn geaccepteerd. De vennootschap draagt in dit kader de bewijslast. Ondanks het feit dat het antwoord op voornoemde vraag klip en klaar is, bestaat er in de praktijk toch vaak onduidelijkheid over. Betekent een inschrijving als bestuurder in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel dat iemand ook daadwerkelijk kwalificeert als statutair bestuurder? En wat als iemand bestuurder is van vennootschap A, maar een arbeidsovereenkomst heeft met vennootschap B?

Vragen?

Wij beantwoorden al dit soort vragen graag voor u. Neem gerust contact op met een van onze specialisten.