In deze blog geef ik uitleg over het deskundigenoordeel van het UWV. Ik merk in mijn praktijk dat ik vaak vragen krijg over het deskundigenoordeel. Vragen als: Is het deskundigenoordeel bindend? Ben ik verplicht om een deskundigenoordeel aan te vragen? Ook merk ik dat het deskundigenoordeel van het UWV vaak wordt verward met de second opinion bij de bedrijfsarts. Tijd dus voor meer uitleg.

Second opinion

Het deskundigenoordeel moet niet worden verward met de second opinion bij de bedrijfsarts. De second opinion (procedure) is nieuw sinds 2017 en is er uitsluitend voor de werknemer. De werkgever heeft deze mogelijkheid dus niet, hoewel hij in beginsel wél de kosten moet dragen van een door de werknemer aangevraagde second opinion. De second opinion (procedure) houdt in dat de werknemer die het niet eens is met het oordeel van de bedrijfsarts, hierover bij een andere bedrijfsarts van een andere arbodienst een oordeel en/of advies kan vragen (second opinion). Overigens is de uitkomst van de second opinion niet bindend. De bedrijfsarts van de werkgever mag het oordeel/advies van zijn collega-bedrijfsarts dus naast zich neerleggen. Niet over elk oordeel van de bedrijfsarts kan een second opinion worden aangevraagd, arbeidsdeskundige vraagstukken zijn hiervan uitgesloten. Daarvoor moet een UWV-deskundigenoordeel worden aangevraagd. De second opinion is er in feite alleen voor medische aangelegenheden in relatie tot het werk.  

UWV Deskundigenoordeel

Het deskundigenoordeel wordt doorgaans aangevraagd als zich problematieken voordoen rondom de re-integratie, bijvoorbeeld bij discussie tussen werkgever en werknemer over de (on)geschiktheid om te werken, passende arbeid en/of de re-integratie inspanningen van de werknemer of de werkgever. Maar ook zónder dat zich een problematiek voordoet kan het wel eens listig zijn om als werkgever bij het UWV een deskundigenoordeel aan te vragen. Bijvoorbeeld tegen het einde van het eerste ziektejaar van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer. De insteek is dan het vragen van een deskundigenoordeel over de re-integratie inspanningen van de werkgever in het eerste ziektejaar, meer concreet of het UWV deze als voldoende kwalificeert. Dit is een tip die ik altijd meegeef aan werkgevers. Beoordeelt het UWV de re-integratie activiteiten in het eerste ziektejaar als voldoende, dan is dat een goed overgangsrapport naar het tweede ziektejaar. Worden de re-integratie activiteiten als onvoldoende beoordeeld, dan kan er nog herstel plaatsvinden. Bij einde wachttijd (dus aan het einde van het tweede ziektejaar) wikt en weegt het UWV de totale re-integratie inspanningen. Blijkt dan dat de re-integratie inspanningen in het eerste ziektejaar niet voldoende zijn geweest, dan ligt een loonsanctie in het verschiet. Kortom, vanuit werkgeversperspectief kan het dus van strategisch belang zijn om het UWV op enig moment te verzoeken de re-integratie inspanningen vanuit werkgeverskant te beoordelen.

Waarover kan een deskundigenoordeel worden gevraagd?

Over 5 onderwerpen kan een deskundigenoordeel worden gevraagd (beknopt samengevat):

-       Deskundigenoordeel ziek of niet ziek;

-       Deskundigenoordeel passende arbeid;

-       Deskundigenoordeel re-integratie inspanningen werkgever;

-       Deskundigenoordeel re-integratie inspanningen werknemer;

-       Deskundigenoordeel veelvuldig ziekteverzuim of verwijtbaar handelen.

De status van een deskundigenoordeel; toegang tot de rechter

Met ingang van 1996 is het aanvragen van een dergelijk deskundigenoordeel wettelijk verplicht gesteld als een werknemer in een juridische procedure doorbetaling van loon tijdens ziekte vordert als gevolg van het feit dat de werkgever is gestopt met het uitbetalen van het loon, bijvoorbeeld omdat de werkgever het standpunt inneemt dat de werknemer onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. De achtergrond van deze verplichtstelling is dat volgens de wetgever hiermee kon worden voorkomen dat de rechter onnodig werd belast met geschillen over ziekte, voor de beslissing waarvan de rechter in belangrijke mate is aangewezen op de advisering door een (onafhankelijke) deskundige. Bovendien werd verwacht dat werkgevers en werknemers zich over het algemeen naar het oordeel van de deskundige van het UWV zouden schikken. Op deze manier zou het deskundigenoordeel een gang naar de rechter dus kunnen voorkomen.
 

Er geldt dus in gevallen een wettelijke verplichting om een deskundigenoordeel te vragen. Dat is ten eerste het geval als een werknemer de rechter verzoekt om de werkgever te veroordelen tot doorbetaling van loon tijdens ziekte. De werknemer moet dan zowel een deskundigenoordeel “ziek-niet-ziek” als “re-integratie-inspanningen werknemer” kunnen overhandigen. Laat een werknemer na de vereiste deskundigenoordelen te overleggen, dan wordt de werknemer niet-ontvankelijk verklaard. Ook is een deskundigenoordeel verplicht als de werknemer de rechter verzoekt om de werkgever te veroordelen tot nakoming van zijn re-integratieverplichtingen. Er moet dan vooraf een deskundigenoordeel “re-integratie-inspanningen werkgever” worden aangevraagd bij het UWV. Verder, indien de werknemer ernstig tekortschiet in zijn re-integratieverplichtingen en de werkgever om die reden de arbeidsovereenkomst wenst te laten ontbinden door de kantonrechter, dan moet de werkgever hierover vooraf een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV. Dit is het deskundigenoordeel “re-integratie-inspanningen werknemer”. Van de deskundigenprocedure wordt dan ook wel gezegd dat dit een “verplicht voorportaal voor toegang tot de rechter is”.

Is het deskundigenoordeel bindend?

Het deskundigenoordeel is een advies. Het heeft géén bindende juridische status. Uit vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 augustus 2019 (ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5998) blijkt dat een deskundigenoordeel ook géén besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat er dus géén bezwaar tegen gemaakt kan worden. Alleen tegen besluiten kan bezwaar worden gemaakt, met daarna nog de mogelijkheid van beroep. Dit impliceert dat de lat hoog mag (lees: moet) liggen voor wat betreft de door het UWV in het kader van een deskundigenoordeel in acht te nemen zorgvuldigheid en het motiveren van haar oordeel. Immers schept het deskundigenoordeel wél rechtsgevolgen in arbeidsrechtelijke zin en betekenis. Een negatief deskundigenoordeel betekent immers een 0-1 achterstand in de hiervoor genoemde arbeidsrechtelijke verzoeken en vorderingen.

 

Onverlet dat tegen een deskundigenoordeel geen bezwaar en beroep openstaat, kan aan het UWV wel worden gevraagd om een afgegeven deskundigenoordeel te willen her-beoordelen en te herzien. Mijn advies aan de werkgever is om een dergelijk verzoek te doen in nauwe samenspraak met de arbodienstverlener/bedrijfsarts zodat het herzieningsverzoek  (populistisch uitgedrukt) wat meer body krijgt. De weigering van het UWV om herziening van een oordeel dat geen besluit is, is namelijk evenmin een besluit. Hier staat dan ook geen bezwaar tegen open. Zo heeft de bestuursrechter van de rechtbank Den Haag onlangs nog overwogen. Ten overvloede merkte de rechtbank daarbij nog op dat in een civiele procedure over een eventuele loonvordering de rechter kan worden verzocht om het deskundigenoordeel terzijde te schuiven; het deskundigenoordeel bindt de civiele rechter niet. Toch blijf ik het een gemis vinden dat de wetgever niet heeft willen voorzien in de mogelijkheid van bezwaar tegen een deskundigenoordeel.

Advies nodig?

Mocht u vragen hebben over het deskundigenoordeel of andere vragen over het arbeidsrecht, neem dan contact op met John Wolfs van Wolfs Advocaten.

Dit blogbericht is geplaatst op 8 juli 2021.